Gewoonlijk val je tijdens een deltavlucht niet in slaap, maar ik ben een keer in een gemoedstoestand geraakt, die door de lange vluchtduur, de eenzaamheid en de kou een verandering van bewustzijn lijkt te veroorzaken. Voor mij was de hieronder beschreven vlucht daarom een bizarre ervaring: "Het was -24 graden Celsius hier op ruim 3000 meter hoogte. Ik vloog voor mijn gevoel al eeuwen alleen, hoog boven de besneeuwde hoogvlaktes bij het Fjord. Ik vloog tergend langzaam; in vijf uur had ik 75 km afgelegd. De batterijen van mijn radio waren al lang niet meer bruikbaar door de extreme kou. Ik had met niemand contact meer en voelde me eenzaam en verlaten. Ondertussen moest ik onderkoeld zijn geraakt. Nét toen ik dit gevecht tegen de natuur wilde opgeven, om te gaan landen, vloog er plotseling kwetterend een zwerm zwaluwen ongelooflijk dicht langs me. Als ik snel genoeg was geweest, had ik ze vast kunnen pakken! Mijn hartslag van 58 werd binnen één seconde 160. Adrenaline!!! Deze schrikreactie zorgde voor een totale ommekeer in de vlucht. Ik kreeg mijn bewustzijn en wedstrijdspirit weer terug om de finish te halen. Ik heb deze vlucht met warme handen uitgevlogen en het eindpunt op 95 km gehaald; alleen was ik zó laat geland, dat de tijdofficials al weg waren. Ik moest mezelf aan ze opdringen om nog officieel geregistreerd te worden".
"Ik vloog op minder dan 100 meter boven de grond, op zoek naar reddende thermiek. Ik had mijn harnas al open voor de landing toen ik ineens een poeier van een bel in vloog! Ik gooide mijn vleugel volledig op zijn kant, om niet uit deze reddende thermiekbel geslingerd te kunnen worden. Met + 7 m/s ging het omhoog en de aarde zakte zichtbaar onder me weg. Aan de onderkant van de wolk was de thermiek groot, gelijkmatig en actief in mijn vliegrichting. Ik kon zonder één bocht te maken op dezelfde hoogte blijven en ondertussen tikte de kilometers aan richting goal. Ik wist dat ik het eindpunt niet kon halen, maar ik voelde ook dat ik nooit meer in te halen zou zijn door de anderen. Toen ik na de landing bij mijn vleugel vandaan liep wist ik dat ik op dat moment Nederlands Kampioen 1994 was." Dat je met deltavliegen dingen meemaakt, die soms moeilijk te geloven zijn, is zeker waar. "De Franse steenarend kwam uit de richting van de zon en stak tijdens zijn op mij gerichte aanvalsduikvlucht op het laatst zijn gele klauwen uit naar mijn gezicht. Ik trok reflexmatig met één hand snelheid aan en zwaaide wild met mijn andere arm om hem weg te jagen. Ondertussen schreeuwde ik mijn longen uit mijn lijf. Vlak voor de botsing sloot ik vertwijfeld mijn ogen. De klap bleef uit. Ik heb de vogel niet meer gezien. Het was een schijnaanval, waarmee hij me letterlijk de stuipen op 't lijf gejaagd had". "Alsmaar stijgend, merkte ik dat het wolkendek boven me een grote ronde opening vertoonde. Ik liet me door de rustige thermiek in deze holte naar boven drijven en werd al snel door de wolken omringd. Ik keek door de opening naar de aarde diep beneden me en het was of ik door het oog van een orkaan vloog. De wolken sloten zich steeds dichter om mij heen en ik kwam ook dichterbij de top van de ruimte waar ik in vloog. Wat moest ik doen om niet ín de wolken terecht te komen?"
Over
De Meeuw![]()
Contact
![]()
Home


Toch is het volgende stukje mijn meest spannende ervaring uit de 1000 vlieguren die ik maakte:
